Werkvorm 7:

RODE / GROENE KAARTEN(introductie)

Doel: de deelnemers geven snel hun mening over een vraag of stelling.

Benodigd materiaal: voor iedere deelnemer een rode en groene kaart, gesloten vragen,

stellingen of situatieschets.

Tijdsduur: 5 - 10 minuten

Aantal deelnemers: (min/max) 1 - 1000 (plenair)

Leeftijd: vanaf 12 jaar

Beschrijving van de werkvorm:

Lees de stelling of situatieschets voor en stel vragen waarop ze voor of tegen kunnen antwoorden. De leden laten met hun kaart zien wat hun mening is (opsteken). Groen is "voor" en rood is "tegen". Vraag de leden om een toelichting bij de kleur kaart die ze hebben opgestoken met een indirecte vraag: "Wie wil zijn kaart toelichten". Een andere mogelijkheid is om eerst de "groenen" om een toelichting te vragen en daarna de "roden".

Mogelijke variaties:

Je kunt de leden van de vereniging ook met elkaar in gesprek laten komen. Iemand met een

groene kaart zoekt iemand met een rode kaart op en ze bespreken hun mening (past bij onderdeel verwerking). Je kunt de kaarten ook uitdelen voor een lezing of verhaal dat iemand houdt. Wanneer iemand tussentijds wil reageren steekt hij/zij een rode of groene kaart op. Zo ontstaat interactie tussen de groep en de spreker, inleider.

Aanwijzingen voor gebruik: (ervaringen met deze werkvorm):

Gebruik 170 grams papier voor de rode en groene kaarten. Dat is bij de meeste boekhandels te koop. Snij of knip een A4 vervolgens in vieren.

Werkvorm 8:

STEMBLOK(introductie)

Doel: mening weergeven.

Benodigd materiaal: blokjes hout van 4 x 4 x 4 of zelf gevouwen papier of karton in kubusvorm

met de cijfers 1 t/m 6 erop; stelling of citaat.

Tijdsduur: 3 - 5 minuten per stelling, citaat

Aantal deelnemers: (min/max) 3 - 16 (plenair)

Leeftijd: vanaf 12 jaar

Beschrijving van de werkvorm:

Je leest een stelling of citaat voor of laat die lezen. Ieder groepslid heeft een "stemblokje". Met

het stemblok geven ze aan in hoeverre ze het eens zijn met de stelling of het citaat.

1 = helemaal mee eens, 6 = helemaal niet mee eens.

Vraag enkele leden om een toelichting op hun stellingname. Rond af door het verband aan te geven met het bijbelgedeelte of het onderwerp.

Mogelijke variaties:

In plaats van een blokje hout kun je ook een dobbelsteen gebruiken.

Aanwijzingen voor gebruik: (ervaringen met deze werkvorm)

Je kunt stellingen uitstekend uitprinten op A4 en vergroten naar A3 en die ophangen. Dobbelstenen rollen makkelijk (van tafel af) en dat kan onrust en afleiding geven.

Werkvorm 9:

STEMBIUET(introductie)

Doel: mening weergeven.

Benodigd materiaal: kopie met stelling of citaat en vier vakken, kleurpotloden, stiften groen, rood

Tijdsduur: 5 - 10 minuten

Aantal deelnemers: (min/max) 4 - 16 (in groepjes van vier, daarna plenair)

Leeftijd: vanaf 12 jaar

Beschrijving van de werkvorm:

Vorm groepjes van vier. Leg de deelnemers een stelling of situatieschets voor (op papier) en

laat ieder van de deelnemers op het stembiljet (met vier rondjes - voor iedere deelnemer in de subgroep 1 en twee kolommen: argumenten voor en argumenten tegen, aangeven of ze het met de stelling eens zijn of oneens.

Werkwijze stembiljet:

Kleur alle vier je mening in het stemblok (groen = mee eens, rood = niet mee eens); daarna schrijven ze hun argumenten in het vak ernaast; 2 argumenten vóór, als alle vier groen stemden; 2 argumenten tegen, als ze alle vier rood stemden; 1 argument vóór en 1 argument tegen, als de groep verdeeld stemt. In de plenaire bespreking worden alle argumenten voor en tegen verzameld en besproken.

Mogelijke variaties:

In plaats van een stembiljet is ook een flap mogelijk waarop de leden van de groep hun mening geven op een stelling. Je kunt dan een schema tekenen met bijvoorbeeld 5 kolommen:

- helemaal niet mee eens

. niet mee eens

o soms wel, soms niet

+ = mee eens

++ = helemaal mee eens

Daaronder kunnen dan de argumenten voor en tegen worden opgeschreven.

Aanwijzingen voor gebruik: (ervaringen met deze werkvorm):

Jongeren geven sneller hun mening met het aankruisen van een rondje of kolom dan dat zij die onder woorden brengen. Met een flipover / bord nodig je jongeren uit in beweging te komen. In beweging komen betekent dat ook het denken in actie komt.

Werkvorm 10:

STELLINGEN (introductie)

Doel: mening geven, meningen inventariseren.

Benodigd materiaal: stelling, bord, flap

Tijdsduur: 5 - 10 minuten

Aantal deelnemers: (min/max) 2 - 1000

Leeftijd: vanaf 12 jaar

Beschrijving van de werkvorm:

Lees de stelling voor of schrijf die op het bord, flap.

Vraag de leden van de vereniging daar hun mening op te geven.

Mogelijke variaties:

Een stelling kun je door de leden van de vereniging laten bedenken.

Aanwijzingen voor gebruik: (ervaringen met deze werkvorm)

Een stelling dient uit te dagen, te prikkelen. Een stelling geeft een mening, die niet perse jouw mening hoeft te zijn. Voorkom al te absolute stellingen.

Werkvorm 11:

STROKENMETHODE (introductie)

Doel: brainstormen, ordenen en rangschikken van opvattingen en ideeën

of inventariseren van vragen.

Benodigd materiaal: stroken papier van 4 x 30 (A4 in vijf stroken), stiften, flap,

lijm of plakband / schilderstape

Tijdsduur: 5 - 10 minuten

Aantal deelnemers: (min/max) 1- 1000

Leeftijd: vanaf 12 jaar

Beschrijving van de werkvorm:

Leg stroken papier en stiften klaar. Vraag de jongeren per strook een reactie, idee of vraag

op te schrijven. Hang de stroken op het bord of op de flap. Vraag de leden de stroken te ordenen naar volgorde van belangrijkheid (afhankelijk van het thema waar je deze werkvorm bij toepast).

Mogelijke variaties:

Deze werkvorm is vooral toe te passen wanneer een rangorde in belangrijkheid mogelijk is. Bovenaan wordt geplaatst wat het meest belangrijk is. Daaronder wat minder belangrijk is, enz.

Aanwijzingen voor gebruik: (ervaringen met deze werkvorm):

Het gebruik van lijmspray voor het inspuiten van flaps om stroken op te hangen is effectief. In plaats van lijmspray is uiteraard ook plakband te gebruiken.